Leef je leven.

Het is een sombere week met buiten veel regen en grijsheid. Idem dito mijn gemoed wanneer ik door het raam naar buiten kijk en merk dat er nergens een lichtpuntje te bespeuren valt. Ik snak naar een klein stukje blauwe lucht, een innerlijk vonkje waardoor ik mijn wandelschoenen kan aandoen en het volste recht heb om een frisse neus te halen. Ik blijf maar zitten waar ik zit en verroer me bijna niet achter het bureau op de werkkamer. Af en toe een klik met mijn rechterpols- en hand op de muis, mijn ogen die van links naar rechts bewegen en de tekst vanaf het beeldscherm tot zich nemen.

Waartoe ben ik op aarde, vraag ik mezelf vertwijfeld af. Behalve om niet zo wezenlijk belangrijke mailtjes te lezen, me daarover al dan niet beetje op te winden en vervolgens mijn best doen om ze zo efficiënt en duidelijk mogelijk te beantwoorden. Die middag spreek ik eindelijk weer eens mijn baas, die me op het hart drukt dat mijn werk er écht toe doet. Ik glimlach beetje beverig naar zijn vriendelijke hoofd op het scherm en veins een geruststelling die er niet echt is. Op woensdag, mijn vrije dag, schijnt dan eindelijk de zon, niet aarzelend, maar meteen volop en uit alle macht. Op de begraafplaats knijp ik mijn ogen dicht tegen het scherpe licht en zie de contouren van de mensen rond de kist. Weer een leven voorbij. Voortijdig durf ik wel te zeggen, want mijn schoonzus was nog maar 65 jaar en wat is dat tegenwoordig voor leeftijd om dood te gaan? Mijn zussen en ik fluisteren het steeds luider tegen elkaar: ‘Wíj worden 95, ja toch?’ Ik zie ons in gedachten  een advocaatje met slagroom weg lepelen en we lopen ‘arm in arm, dat is zo warm’, over de Dijk. Voetje voor voetje, rustig aan, want tegen die tijd is alle haast en opwinding wel uit ons leven verdwenen. Wat we eigenlijk doen is zo de dood bezweren en onszelf een stukje onsterfelijk wanen al wordt dat steeds moelijker met al die generatiegenoten die ons ontvallen, als pionnen omvallen alsof het niks is.

Ik hoorde mijn moeder wel vaker verkondigen: ‘Leef je leven, het duurt maar even’ en daar werd ik altijd ontzettend balorig van. Want voor een kind of jongere vrouw heeft die eindigheid iets abstracts, bijna iets van doemdenken. Ik twijfel of deze uitdrukking iets van vroeger is of een door Ma zelf verzonnen gezegde en google het even. Wat blijkt: deze spreuk komt voor in tal van carnavalskrakers! Zo’n beetje in de trant van ‘Leef alsof het je laatste dag is, alsof de morgen niet bestaat’.

Wacht eens even…Carnaval – eind februari – kale bomen – koud en grijs – even helemaal los en uit je dak gaan voordat de Vastentijd begint. En na die tijd van soberheid en boetedoening is daar weer het feest van het licht, het feest van Pasen. Alles staat met alles in verbinding: geboren worden, leven en weer doodgaan waarbij sommige mensen langer leven en anderen eerder dan gehoopt komen te overlijden.

Al schrijvende heb ik het voor mijzelf op een soort van rijtje gezet. Het is nu eenmaal februari en volgend jaar, bij leven en welzijn, zal ik vast weer eenzelfde lamlendigheid voelen. Maar ik leef mijn leven en al duurt het maar even, het is ook verrukkulluk!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *